Foto's

Alle foto's

Facebook

Atletiek.nl

Aanhouding atleet Roelf B. in Hongarije
De Atletiekunie is voor de tweede keer in korte tijd geconfronteerd met de aanhouding van een atleet in verband met drugs. Wederom overheerst de verbijstering. De Atletiekunie distantieert zich volledig van elke vorm van gebruik en handel in drugs. We kunnen ons voorstellen dat er enorm veel vragen leven over dit onderwerp; die leven uiteraard ook bij ons. Zolang we de betrokken personen niet hebben kunnen spreken, zullen deze vragen onbeantwoord blijven. Tegelijkertijd hebben we ook oog voor wat dit teweeg brengt bij familie en directe omgeving. De Atletiekunie wacht nu de verdere rechtsgang af. Woordvoerder in deze zaak is technisch directeur
Promotie op het spel bij EK landenteams
De Nederlandse ploeg start in het Noorse Sandnes met de intentie om te promoveren naar de Super League. Een lastige opgave, aangezien door de nieuwe indeling van 2021 slechts één land promoveert. Dafne Schippers en Sifan Hassan ontbreken in de Nederlandse equipe. Schippers heeft na een lange reeks van wedstrijden een trainingsblok ingepland, Hassan is op hoogtestage. Ook zonder Schippers en Hassan zijn er zeker kansen voor Nederland. Super League terug van twaalf naar acht landen De landencompetitie ziet er vanaf 2021 anders uit. Slechts acht landen zien we in 2021 terug in de Super League. Dat betekent dat er dit jaar maar liefst vijf ploegen degraderen vanuit de hoogste divisie terwijl vanuit de divisie waarin Nederland uitkomt slechts één land de weg omhoog bewandelt. Het maakt de opdracht er niet makkelijker op. Landen als Duitsland, Frankrijk, Groot Brittannië, Polen, Spanje, Italië en Oekraïne degradeerden nog nooit uit de Super League. Rusland is nog altijd niet welkom, maar op het moment dat zij terugkeren is de top acht in Europa duidelijk. Voor landen als Noorwegen, Turkije, Wit Rusland en Nederland, die standaard pendelen tussen de Super League en de eerste divisie, is dit wellicht een gouden kans om nog een keer op het hoogste niveau te mogen acteren. Verschil maken op de looponderdelen Aan de hand van de entry list is het altijd leuk en nuttig om een voorzichtige prognose te maken. Voor de ploeg zal dat vanavond tijdens de team meeting gebeuren. Een blik op de inschrijflijsten leert dat Nederland vooral het verschil moet zien te maken op de korte looponderdelen. Marije van Hunenstijn, Jamile Samuel en Lisanne de Witte hebben allen de beste tijd op hun naam staan. Dat geldt ook voor Nederlands Kampioen Hensley Paulina op de 100 meter. De 4x100 meter ploegen zijn het bijna aan hun stand verplicht om de volledige 11 punten binnen te halen. Op de middellange afstanden is het wat lastiger in te schatten wat de kansen betreft aangezien het feit dat er bijna altijd sprake is van tactische races. Richard Douma (1500) heeft de afgelopen jaren aangetoond dit soort races prima aan te kunnen en Maureen Koster (3000) en Jip Vastenburg (5000) hebben wellicht meer baat bij een harde race om zo het klassenverschil in punten uit te kunnen drukken. Mike Foppen maakt zijn debuut op de 3000 meter die op zijn lijf geschreven lijkt. Een nieuw wapen in de Nederlandse ploeg is de sterke bezetting op de 400 meter horden. Nick Smidt en Femke Bol moeten in staat worden geacht om mee te doen voor de bovenste plaatsen. Nadine Visser kruist de degens met Europees Kampioen Elvira Hermann. Wordt de WK-ploeg nog verder uitgebreid? Op de technische onderdelen zien we een aantal atleten dat nog uitzicht heeft op de WK-limiet. Melissa Boekelman had het WK op voorhand niet aangestipt als doel maar na de 17.70 meter op het NK komt de limiet van 18.00 meter gevaarlijk dichtbij. Boekelman treft onder meer Anita Marton. Douwe Amels is de laatste weken goed op dreef en draait met zijn 2.25 meter goed bovenin mee. Dat geldt ook voor Killiana Heymans die achter Irina Zhuk de tweede hoogte achter haar naam heeft staan. Met Rugter Koppelaar, Denzel Comenentia (alleen kogel) en Corinne Nugter zijn dit op papier de grootste puntenpakkers voor Nederland op de technische onderdelen. Cruciaal wordt ook om de verfoeide 0 punten van de scorekaart te houden en op elk onderdeel je punten te sprokkelen. Een valse start is zo gemaakt en bij de technische onderdelen zijn er maar 3 pogingen om tot een goed resultaat te komen. Alleen voor de top 4 rest er nog een extra poging. De hoogspringers en polsstokhoogspringers weten dat hun wedstrijd erop zit als ze vier foutpogingen hebben genoteerd. Het zijn ingrediënten die de dynamiek van de wedstrijd veranderen en voor extra spanning kunnen zorgen. Het is dan ook te hopen dat de Nederlandse ploeg voor de afsluitende 4x400 meter nog meedoet voor de zege. Noorwegen met volledig sterrenensemble aan de start. Noorwegen begint als favoriet aan de competitie. Niet heel gek gezien het feit dat alle sterren van de partij zijn. De gebroeders Ingebrigtsen hadden ongetwijfeld niet heel veel keus aangezien Sandnes hun thuishaven is. Jakob komt in actie op de 1500 meter, Henrik loopt de 3000 meter en Filip de 5000 meter. Kilometervreter Karoline Bjerkeli Grovdal (1500/3000) is een garantie voor punten om over Karsten Warholm nog maar te zwijgen. Warholm loopt de 400 meter en de 4x400. Ook Amalie Iuel (400mh) voert de ranglijst aan op haar onderdeel en de technische onderdelen zijn redelijk tot goed bezet. Met Turkije en Wit Rusland zijn dat normaal gesproken de drie landen die met Nederland gaan strijden om dat felbegeerde ticket voor de Super League. Tekst: Ivo van Haaren Fotografie: Erik van Leeuwen (EK Landenteams 2017)
EK Landenteams: De doorstart van kogelstootster Melissa Boekelman
Tijdens de Europese Kampioenschappen Atletiek voor landenteams dit weekend, komt kogelstootster Melissa Boekelman voor de tiende keer voor Nederland uit. Recent stootte ze tijdens het NK nog naar goud. Toch was deelname aan dit EK voor de atleet met gevestigde naam, niet zo vanzelfsprekend. ‘Het is een aangename verrassing dat ik mee mag naar het EK. Na een zware blessuretijd, is het een droomscenario: zo mijn seizoen starten.’ Naast haar prestatie, is ze ook als persoon van belang voor het team. ‘Ik ben een beetje de mama van de groep,’ lacht Melissa. Aanstaand weekend, 9 tot en met 11 augustus, strijdt het Nederlandse team in Noorwegen tegen 10 andere landen: Belarus, België, Hongarije, Ierland, Litouwen, Noorwegen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Turkije. De uitslagen van 18 individuele disciplines en twee estafettes samen resulteren tot een puntentotaal. Het winnende land promoveert naar de Super League. ‘Vastberaden, beter dan ooit’ Terugblik: van blessure naar ‘t NK ‘Vorig jaar eind september scheurde ik mijn achillespees. Ik wist meteen: dit wordt een zware revalidatie. Het was de vraag of ik op mijn niveau kon terugkomen. Maar ik ben vanaf het begin vastberaden geweest om dat wel te doen, en zelfs beter te worden dan ooit. Die gedachte heeft al die tijd in m’n hoofd gezeten. Maar het revalideren duurde lang en ging gepaard met pijn en pijntjes. Mentaal kreeg ik veel te verduren, en ondertussen zette ik hele kleine stapjes. Dat is bijzonder zwaar. Dus nu het NK (eind juli 2019, red.) winnen is een enorme beloning.’ Met de 17.70 meter die ze daar in Den Haag stootte, is zelfs de WK-eis al in zicht. ‘Dat had ik niet durven dromen. Nu denk ik dat de limiet halen nog wel mogelijk is. Maar komend weekend gaat het flink regenen, dus dat is een lastige factor voor de wedstrijd. Maar ik ga natuurlijk mijn best doen om richting de limiet te stoten.’ Spannend 10e EK ‘Ik was heel blij met mijn prestatie op het NK. Maar ik dacht ook: een Europacup (de voormalige naam van EK Landenteams, red.) zal er niet inzitten voor mij dit jaar. Ik stond na afloop met mijn vriend en vader te praten langs de kant toen Charles van Commenée (hoofdcoach Atletiekunie, red.) zei: nou pak je spullen maar voor over twee weken. Dat was een enorm aangename verrassing.’ Melissa heeft duidelijke verwachtingen van haar tiende EK. ‘Bij de technische onderdelen zoals werpen en springen, krijg je drie pogingen. De beste vier atleten krijgen een vierde poging. Die top-4 wil ik halen en dan daarna in de top-3 eindigen, zodat ik zoveel mogelijk punten voor het team behaal.’ Tijdens de EK-landenteam krijg je hoe hoger je eindigt, meer punten. Het gaat dus om de positie, afstand en tijd zijn daarbij niet van belang. ‘Ik heb gekeken naar de final entrees van alle landen. We hebben een prima team dus we maken een goede kans. Er is wel iets veranderd in de aantallen per divisie waardoor alleen de nummer één promoveert naar de First League. Dat wordt dus spannend.’ ‘Ik krijg energie van mensen’ De officieuze teamcaptain Melissa is een sterk verbindende factor in het team. Een soort teamcaptain. ‘Ik wil graag weten hoe het met mensen gaat, ik ben geïnteresseerd in ze. Iedereen heeft bijvoorbeeld z’n eigen verhaal hoe hij of zij naar de top is gekomen. Ik wil die verhalen graag horen. Ik praat ook graag en geef mijn collega atleten graag advies, zeker aan nieuwe atleten. Er zijn ook altijd atleten bij die er niet zo goed voor staan. Ze maken zich dan druk en voelen zich bezwaard naar het team. Mijn advies is dan: kijk wie er dichtbij je staat dit seizoen, en probeer daar dan voor te blijven. In de sport moet je soms ook egoïstisch zijn, maar ik doe dat alleen op momenten dat het moet. Van gesprekken met mensen, krijg ik energie. Dus vlak voor de wedstrijd sluit ik mezelf af. Tijdens dit EK is mijn wedstrijd pas zondag, de dagen ervoor heb je genoeg momenten om even te praten. Van zenuwen heb ik niet super veel last, alleen de dag zelf als ik de call room in ga misschien een beetje. Er zijn ook atleten die weken van tevoren al zenuwachtig zijn. Ik gelukkig niet, ik heb er heel veel zin in. Ik hoop dat Charles (huidige bondscoach, red.) prognoses maakt. Dat deed Wigert Thunnisen jaren voor de EK teams toen hij als bondscoach sprint mee ging. Vooraf en na elke dag even samenkomen, dat vergroot de teamspirit enorm en werkt motiverend.’ De mama van het team ‘Ik word wel de mama van het team genoemd, lacht ze. ‘Ik ben dertig en loop al heel lang mee. Ik was als junior al heel goed en kan nu nog steeds op het hoogste niveau meekomen. Ik heb veel generaties zien komen en gaan. Ik ken de meeste van het team dus vrij goed, van trainingsstages en toernooien bijvoorbeeld.’ Zelf traint de enorm sociale Melissa alleen. ‘Ik ben mijn eigen groep hier in Sittard’, lacht ze. Haar vriend (Tom Corstjens) is sinds 2017 ook haar trainer. ‘We leerden elkaar kennen bij het kogelstoten. Hij behoorde tot de (sub)top van Nederland. Nu is hij mijn alles in één: mijn vriend, fysiotherapeut en trainer. Dat is aan de ene kant heel fijn, maar het gaat bij ons wel bijna altijd over de sport. En ik mis het groepsgevoel ook wel tijdens de trainingen. Maar voor mij werkte het helaas niet op Papendal. Daarom ben ik mijn eigen weg gaan volgen.’ Tekst: Esther Vliege Fotografie: Erik van Leeuwen
EK Landenteams: De weg van speerwerper Lars Timmerman
Speerwerper Lars Timmerman strijdt mee voor Nederland tijdens de Europese Kampioenschappen Atletiek voor landenteams. Het is acht jaar geleden dat hij voor oranje uitkwam. Zijn comeback is helemaal bijzonder wanneer je zijn weg er naar toe kent. Tel daar bij op dat hij naast z’n sport fulltime werkt, grotendeels alleen traint en vijf dagen na het toernooi gaat trouwen. Aanstaand weekend, 9 tot en met 11 augustus, strijdt het Nederlandse team in Noorwegen tegen 10 andere landen: Belarus, België, Hongarije, Ierland, Litouwen, Noorwegen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Turkije. De uitslagen van 18 individuele disciplines en twee estafettes samen resulteren tot een puntentotaal. Het winnende land promoveert naar de Super League. ‘Eindelijk weer lekker aan het werpen’ Na acht jaar terug ‘Het is bijzonder, dat ik na acht jaar weer voor Nederland mag uitkomen. Al corrigeerde een collega atleet me al dat ik in 2017 nog deelnam aan de Universiade, een soort Olympische Spelen voor studenten. Maar nu ga ik op uitzending van de Atletiekunie, dat voelt echter. Mijn vorige en laatste keer dat ik aan een Europees toernooi meedeed, was de EK U23 ik was toen 20 jaar. In de tussentijd is er wel het één en ander gebeurd,’ lacht de optimistische Lars. ‘Dat ik nu geselecteerd ben, voelt als een bevestiging dat het de juiste keuze was om vol te houden wanneer het niet goed ging. Vorig jaar wierp ik sinds jaren weer 78 meter. Dat was een heerlijk gevoel. Toen dacht ik: zie je wel dat doorgaan de juiste keuze was. Want ik heb wel heel vaak gedacht: ik stop. Maar nu ben ik dus eindelijk weer lekker aan het werpen. Ik heb weer plezier in de sport en geniet van elke training. En ja, de erkenning dat ik nu mee ga naar de Europacup (de voormalige naam van EK Landenteams, red.) daar ben ik heel blij mee.’ ‘Ik kon de hele wereld aan, ik had al 79 meter geworpen’ De weg van Lars: ik zou de Olympische Spelen halen Lars blikt in vogelvlucht terug op de afgelopen twaalf jaar. Hij is open over zijn mindere periode van 2012 tot en met 2016. Wat opvalt is dat hij ook enorm enthousiast, realistisch en strijdvaardig is. ‘Ik was 16 in 2007 toen ik naar de EYOF ging. Er ging een wereld voor me open en ik dacht: dit wil ik ook bij de grote jongens meemaken. Na een blessurejaar in 2008, deed ik in 2009 mee met het EK junioren. Het jaar erna werd ik 4e tijdens het WJK en kort daarna verbrak ik het Nederlandse record, dat sowieso al op mijn naam stond. Ik kon de hele wereld aan, ik had al 79 meter geworpen! Ik geloofde echt dat ik de Olympische Spelen zou halen. Niet dus. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik de mentale strijd aan moest gaan: omgaan met tegenslag. Tot die tijd ging alles me voor de wind. Ik was 20 jaar en de buitenwereld had hoge verwachtingen van me. Dat vond ik lastig. Ik weet het nog zo goed, ik deed in 2011 mijn openingswedstrijd op het Nationaal Baancircuit in Lisse. En daar zeiden vooraf minimaal veertig mensen tegen me: “Vandaag ga je over de 80 meter heen, hè Lars!” Ik geloofde dat toen zelf ook. Ik had een goede wedstrijd, ik wierp heel stabiel zo rond de 75 meter. Maar na afloop was ik enorm teleurgesteld. Vanaf toen ging het bergafwaarts. Ik zat vast in mijn dromen, wensen en doelen. En ondertussen ging het alleen maar slechter.’ ‘De ommekeer kwam op kerstavond’ De weg van Lars: naar beneden en terug omhoog! ‘In 2012 werd ik geopereerd aan mijn elleboog, in plaats van dat ik naar de Olympische Spelen ging. Na de operatie kon ik niet meer op mijn manier werpen, ik moest m’n elleboog ontzien. Ik heb mezelf toen een nieuwe manier aangeleerd. In de jaren erna trainde ik nog harder en maakte me die nieuwe manier helemaal eigen. Maar ik was niet tevreden, ik kwam niet verder dan 74 meter. Ik deed in die periode alles voor de sport, maar werd er ongelukkig door. Dat was dan ook de periode waarin ik vaak dacht: hoelang doe ik dit mezelf nog aan? Ik stop. Maar vrij snel kwam dan weer de gedachte: ga door!’ De mentale en fysieke strijd van Lars duurt tot en met 2016. Lars rond dan zijn hbo-studie af, gaat samenwonen met zijn aanstaande vrouw en besluit minder te trainen. Het jaar erna gaat het al beter. In 2017 kwam de grote ommekeer. ‘Ik weet dat moment nog zo goed, het was kerstavond. Ik bekeek wat worpen terug van 2009 en 2010 en zag het opeens haarscherp: mijn werptechniek van toen. De techniek waarmee het altijd zo goed ging. Ik ben die avond nog naar de baan gegaan om te werpen, en opeens kon ik het alleen nog maar op die oude manier. Het lukte me niet eens meer om op de aangeleerde manier van na de operatie te werpen. Ik belde mijn trainer en op oudejaarsdag trainden we samen: alle worpen waren goed en ver. Op dat moment besloot ik: ik ga er voor, dan gaat m’n elleboog maar kapot. Dit is mijn manier van speerwerpen. En ja, ik heb af en toe nog wel last, maar ik kan er mee werken en met de pijn kan ik leven. Het is wat het is. Ik werp liever ver met een klein beetje pijn, dan minder ver zonder pijn,’ vertelt de optimistische Lars. Verwachtingen EK Landenteams ‘Persoonlijk ga ik voor een seizoensbeste. Dan is het voor mij een goede wedstrijd. Ik heb op afstand nog een hoop wensen hoor, maar eerst maar eens een goede worp waarmaken.’ Van het afgelopen NK baalt Lars gruwelijk. Ik zat toen in een keuzespagaat van mijn oude en aangeleerde techniek inzetten, en dat pakte niet goed uit. Maar voor het EK heb ik mijn strijdplan al klaar, daar is geen ruimte voor twijfels. Ik vind het vet om me komend weekend te kunnen meten met de beste, en die zijn daar. Er is een jongen bij die al 89 heeft geworpen. Dat is 10 meter verder dan mijn PR. Ik vind het leuk dat er zoveel goede jongens meedoen, ik hou van de competitie. Ik verlies liever met 10 meter en dat ik zelf een goede wedstrijd heb gehad, dan andersom. Ik wil natuurlijk dat we promoveren zodat Nederland volgend jaar weer in de Super League staat. En dan hoop ik zelf ook mee te doen, maar dat is voor latere zorg. We staan daar echt als team en dat terwijl atletiek een individuele sport is. Dan geeft een heel andere dimensie aan de sport. Mensen zijn allemaal super geïnteresseerd in elkaar, en we moedigen elkaar enorm aan. Er heerst echt een teamsfeer. Dat herinner ik me van acht jaar geleden, mooi dat ik dit nog een keer kan mee maken.’ ‘Ik train minder, ik ben al sterk genoeg’ Na elke werkdag, alleen trainen Lars werkt fulltime als accountmanager en woont in Uden. Hij traint elke avond na zijn werkdag, alleen. Zijn trainer Keith Beard zit in Woerden. ‘Dat is soms is lastig. Maar ook dat is, was het is. Ik kan goed zelf trainen hoor, we bellen vaak en ik train zoveel mogelijk bij hem in de weekenden. Het voordeel is dat ik op deze manier wel elke avond thuis bij mijn vriendin kan zijn. En de avonden zijn genoeg trainingsuren voor mij. Dat is het voordeel van al die jaren zo enorm hard trainen, ik blijf met veel minder trainen op niveau. Mijn fysieke waardes hoeven niet beter te worden, ik ben sterk genoeg. Daarbij zorgt mijn stabiele leven van nu, naast de eye opener op kerstavond, dat het weer zo goed met me gaat. Ik heb nu een vaste baan, een huis, ik ga trouwen. Mijn leven toen was onzeker: ik was topsporter, student en ondernemer tegelijk. Zondag (de wedstrijddag van Lars, red.), vliegt Keith speciaal voor mij in. Dat vind ik zo gaaf, dat het mogelijk is. Hij is er een paar uur voor de wedstrijd. Mooi dat we het samen kunnen meemaken.’ Tekst: Esther Vliege Fotografie: Erik van Leeuwen
Canal Pride: De aftermovie
De Nederlandse sport heeft afgelopen zaterdag meegevaren in de Canal Parade 2019 op de Amsterdamse grachten. Met deelname aan de botenparade laat de sport zien zich achter de boodschap ‘Zijn wie je bent, houden van wie je wil’ te scharen. De collectieve sportboot heeft zelfs de tweede prijs in de categorie ‘beste statement’ in ontvangst mogen nemen; daar zijn we natuurlijk supertrots op! Geniet nog even mee met de aftermovie van zaterdag: Verbinding Sport betekent plezier voor iedereen. Het is belangrijk dat iedereen mee kan doen en bovenal zichzelf kan zijn. Naast bijvoorbeeld etnische achtergrond mag ook seksuele voorkeur of oriëntatie niets uitmaken bij de deelname aan sport. De deelnemende sportbonden constateren dat dit helaas nog niet altijd en overal vanzelfsprekend is. Ook en soms juist in de sport niet. ‘Ik ben blij met dit gezamenlijke initiatief,’ zegt NOC*NSF voorzitter Anneke van Zanen-Nieberg. Zo kunnen we aan Nederland laten zien dat we samen werken aan de acceptatie van LHBTI in de sport. Het is belangrijk dat iedereen mee kan doen en bovenal, zichzelf kan zijn in de sport. Sport is plezier voor iedereen!’ Sportboot De boodschap ‘Sporten doen we Samen!’ staat op de sportboot centraal en is bewust simpel en verbindend. Natuurlijk vinden we het in de sport normaal dat iedereen zichzelf kan zijn. Om dat in de praktijk ook te realiseren, is extra aandacht nodig. Deelname aan deze botenparade geeft uiting aan de gezamenlijke opvatting dat iedereen moet kunnen sporten op basis van gelijkwaardigheid. Na de al bestaande impliciete acceptatie van LHBTI in de sport, creëren de sportbonden op de boot een gezamenlijk podium om dit ook expliciet te maken. Zo wordt vertegenwoordiging van LHBTI in de sport een normale zaak. Foto & video: NOC*NSF https://www.atletiek.nl/sites/default/files/styles/nieuws_detail/public/userfiles/Nieuwsitems/Atletiek-nl/Pride.jpg?itok=XJ6pzzV- 06 augustus 2019Afbeelding stand: Horizontaal
Karin Ruckstuhl: Ik was te bescheiden voor mezelf
Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Karin Ruckstuhl. Ze heeft zich grotendeels teruggetrokken uit de sport en is momenteel een groot deel van de tijd niet in Nederland. Meerkampster Karin Ruckstuhl woont met haar man Chiel Warners en twee dochters van vijf en drie jaar voor twee jaar in Luxemburg. Ze komt wel regelmatig naar Nederland, waar ze als onderzoeker voor Shell werkt. ‘In de sport ben ik alleen nog actief binnen Sporttop, de organisatie van Jochem Uytdehaage waarin ervaren sporters jonge talenten als een soort mentor begeleiden’, zegt ze. Zelf werkt ze met wielrenster Fleur Nagengast. Ze vindt het ook een leuke uitdaging om leerpunten uit haar eigen atletiekcarrière in deze rubriek over het voetlicht te brengen, zegt ze. "Ik bleef studie en topsport altijd combineren" ‘Mijn belangrijkste keuze is geweest dat ik mijn sport- en mijn academische carrière altijd naast elkaar heb laten staan. Voor anderen ligt dat misschien niet zo, maar ik wilde niet helemaal de sport binnen gezogen worden. Ik was bang dat ik dan oogkleppen op zou krijgen. Gelukkig waren mijn coach in die tijd, Ronald Vetter, en Peter Verlooy, bij wie ik eerder getraind had en die toen technisch directeur van de Atletiekunie was, het met me eens. En ik kreeg binnen mijn studie alle ruimte voor trainingsstages en toernooien, als dat nodig was.’ Ruckstuhl studeerde geo-fysica, deed in 2004 haar master en besloot om aansluitend te gaan promoveren. Dat deed ze uiteindelijk in 2011. ‘Daaruit blijkt wel dat ik mijn promotie heb uitgesmeerd over heel wat jaren, maar ik bleef altijd studie en sport combineren. Zeker in de tijd dat ik geblesseerd was, vond ik het heel prettig en ook goed voor mijn eigenwaarde dat ik me op die studie kon richten. Ik ben nooit in een zwart gat terecht gekomen en ik heb er een heel interessante baan aan overgehouden. Een atlete als Tia Hellebaut, met wie ik veel contact had, maakte een andere keuze. Ik begreep haar wel, maar ik ben gewoon te nieuwsgierig. Al moet ik wel zeggen dat ik een kleiner netwerk had dan andere studenten, omdat ik weinig tijd over had. Gelukkig lagen de campus in Utrecht en de atletiekbaan van Hellas, waar ik aanvankelijk veel trainde, dicht bij elkaar. Veel tijd voor het sociale leven van studenten had ik echter niet.’ "Op Papendal kwam alles bij elkaar" Een tweede positieve keuze was de verhuizing naar Papendal. In 2006 kregen Ruckstuhl, Rutger Smith en Bram Som als eerste Nederlandse topatleten de kans om op het nationaal sportcentrum wonen, eten, slapen en trainen te combineren. Die groep is daarna in rap tempo uitgebreid. Ruckstuhl had in de jaren vóór Papendal Peter Verlooy als hoofdcoach, maar werkte ook met “specialisten” als Ronald Vetter voor het werpen, Ineke Bonsen voor het hordenlopen, Riny van Leeuwen voor het hoog- en Peter van Wijk voor het verspringen. ‘Dat betekende onder meer dat ik veel moest reizen: Amsterdam, Zoetermeer, Vught. Op Papendal kwam alles bij elkaar, dat gaf rust. Daar werd Ronald mijn hoofdcoach. Met hem had ik van meet af aan een heel goede klik. En sportarts Peter Vergouwen zat vlak in de buurt.’ Met de naam van Vergouwen komen ook de beelden naar boven van de blessures. Ruckstuhl had onder meer problemen met een enkel en met haar rug. Ze miste daardoor onder meer de Spelen van Beijing in 2008. ‘Een van mijn verkeerde eigenschappen was dat ik te ongeduldig ben na een blessure. Ik wachtte de revalidatie onvoldoende af, ik was te gretig, omdat ik sport nu eenmaal zó leuk vind. Ik was na een gedwongen rustperiode vaak ook heel snel weer in vorm, maar dan deed ik té vroeg toch te veel. Ik had ook meer tijd moeten nemen voor de kleinere blessures, die je als topsporter altijd wel hebt. Maar je wilt geen toernooi missen en de meerkamp van Götzis een keer overslaan, deed je ook liever niet. Maar ik had die eerste signalen uit mijn rug serieuzer moeten nemen.’ Ze ging ook wat anders trainen. ‘Vetter vond dat ik te ielig was. Hij heeft me in de loop van 2006 en 2007 sterker gemaakt en me leren sprinten. Dat was nodig, het heeft me topprestaties opgeleverd, maar dat heeft ook minder positieve gevolgen gehad. Iedere atleet – en ieder mens – reageert anders op trainingen. We hebben beiden veel geleerd van die hele ontwikkeling. Ieder lichaam is tenslotte anders. Peter Vergouwen heeft een tijd geleden mijn rug als voorbeeld gebruikt in een lezing op een sportmedisch congres.’ "Ik had wel wat brutaler kunnen zijn" Terugkijkend concludeert Ruckstuhl ook dat ze wellicht wat te bescheiden is geweest voor zichzelf. ‘Ik heb de lat niet altijd hoog genoeg gelegd. Ik had wat brutaler kunnen zijn. Dan was ik waarschijnlijk ook wat strenger geweest en had ik me meer opofferingen getroost. Ik zag mezelf nooit als een mogelijk Olympisch kampioene, zoals Tia dat bijvoorbeeld wel had. Zij was ook strenger op het gebied van voeding. Ik wilde wel altijd het beste uit mezelf halen, maar ik was minder bezig met mijn prestaties ten opzichte van anderen.’ Die instelling bracht haar ook tot het besluit om na een hernia-operatie in 2008 terug te willen keren in de meerkamp. ‘Ik had het gevoel dat ik er nog niet klaar mee was. Dat het me niet is gelukt na 2007 nog een meerkamp af te ronden, betekent niet dat 2009 en 2010 verloren jaren zijn geweest. “Follow your heart”, vind ik. Pas toen ik een achillespeesblessure kreeg en de rug weer opspeelde, kon ik de beslissing nemen om te stoppen. Bewegen is mijn hobby geworden: power-yoga, trailrunning, tour-skiën. Vooral die power-yoga kan ik iedereen aanbevelen; veel beter dan core-stability.’ Over Karin Ruckstuhl Karin Ruckstuhl (Baden, Zwitserland, 1980) behoorde tussen 2003 en 2007 tot de internationale top op de zeven- en de vijfkamp. Met puntentotalen van 6423 en 4801 (beide in 2006 gescoord) was ze Nederlands recordhouder. In datzelfde jaar won ze zilver bij de WK indoor en bij de EK. Een jaar later won ze brons bij de EK indoor. Ze was ook nationaal recordhoudster hoogspringen (1,88) en is dat nog steeds bij het hinkstapspringen (12,90) – beide indoor. Tekst: Cors van den Brink Foto: Erik van Leeuwen (NK Indoor Meerkamp 2010)
De Pride Run: gewoon een leuke loop
Vanavond, vrijdag 2 augustus, klinkt om 19.30 het startschot van de 21e Pride Run. Een hardloopwedstrijd voor LHBT- sportievelingen en alle anderen hardloopfanaten. Hans de Visser, kartrekker van het evenement: ‘Het is zeker geen evenement voor alleen maar LHBTI-lopers. Hardlopen verbindt de deelnemers op een informele manier zonder dat er nadruk ligt op de verschillen, deze ligt juist op de overeenkomsten. We lopen samen een race, en daar horen triomfen en tegenslag bij, dat ervaren we allemaal hetzelfde. Met deze run dragen we op een sportieve manier een klein steentje bij aan de emancipatie.’ Hans de Visser is zo’n tien jaar voorzitter van de evenementencommissie van DGLA, de LHBTI-atletiekvereniging in Amsterdam. Zowel de vereniging als de run zijn ontstaan in aanloop naar de Gay Games, die in 1998 in Amsterdam plaatsvonden. De hardloopwedstrijd Pride Run is onderdeel van Pride Amsterdam: een festival waar gevierd wordt dat je kunt zijn wie je bent, en mag houden van wie je wilt. Tijdens de befaamde Canal Parade vaart ook de
Sportboot: 16 sportbonden varen mee met Canal Parade
Aanstaande zaterdag vindt het hoogtepunt van de Amsterdam Pride plaats: de Canal Parade. En tijdens die botenparade vaart er voor het eerst een boot mee vertegenwoordigd door de sportbonden, waaronder de Atletiekunie. Mirjam Preusterink, de aanjager achter deze primeur: ‘Een boot voor één dag is fantastisch. En aandacht voor bekende LHBTI-sporters is goed. Maar we moeten zorgen dat de omgeving van elke sporter veilig wordt. En dat begint bij de bonden. Dit is dus een mooie eerste stap voor de meeste sportbonden.’ Mirjam Preusterink, Pride and Sports Zestien sportbonden* nemen samen met prideandsports.com, NOC*NSF en de Alliantie Gelijkspelen deel aan de Canal Parade 2019 op de Amsterdamse grachten. Pride Amsterdam is een festival waar gevierd wordt dat je kunt zijn wie je bent, en mag houden van wie je wilt. Mirjam Preusterink, de voorzitter van prideandsports, heeft een aardig track record. De voormalige topsporter is betrokken geweest bij de organisatie van internationale sportevenementen en nu betrokken bij de Pride Amsterdam om LHBTI in de sport meer zichtbaar te maken. Pieke de Zwart, algemeen directeur van de Atletiekunie: 'Wij zijn trotse deelnemer aan deze editie van de Canal Parade en staan vierkant achter de boodschap van Pride Amsterdam. Als Atletiekunie staan wij voor deelname van alle atleten, ook uit de LHBTI-gemeenschap. Door onze deelname aan de Pride willen we dat aan iedereen laten zien.’ De sportboot: een goed begin Voor het eerst vaart er tijdens de Canal Parade een boot mee vertegenwoordigd door de sportbonden. Tijdens eerdere edities deden er boten mee met bekende sporters of alleen LHBTI-sportclubs. Nu is er één boot waar zestien bonden en NOC*NSF samen zichtbaar achter staan. Logo’s van alle bonden en een grote banner met de boodschap “Sporten doe je Samen” sieren de boot. Mirjam legt uit waarom het zo belangrijk is dat juist de bonden zaterdag meevaren. ‘Topsporters zijn bijna alleen maar met hun sport bezig. Die sportwereld, hun werkomgeving, moet veilig zijn. Anders kom je niet uit de kast. Een regenboogvlag op een bondskantoor, een trainer die zegt dat LHBTI’s net zo welkom zijn. Het zijn kleine gebaren, maar daar begint het wel mee. Overigens geldt die veiligheid niet alleen voor sporters, maar ook voor LHBTI trainers, fysiotherapeuten of bijvoorbeeld bondsmedewerkers. Doordat de bonden zich aansluiten bij en zich hardmaken voor de doelstelling van de Canal Parade Amsterdam, zijn zij weer een voorbeeld voor de verenigingen door het hele land.’ De Atletiekunie De Atletiekunie vormde de afgelopen tijd, samen met vijf andere sportbonden, een actieve werkgroep ter voorbereiding van de deelname aan de Canal Pride en andere sportactiviteiten in de Pride Week. Esther Singendonk, communicatieadviseur van de Atletiekunie vaart zaterdag ook mee: ‘Wij vinden het belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn tijdens het sporten. Sport moet voor iedereen plezier betekenen. Naast bijvoorbeeld etnische achtergrond mag ook seksuele voorkeur of oriëntatie niets uitmaken. Wij (de deelnemende sportbonden, red.) merken dat dit helaas nog niet altijd en overal vanzelfsprekend is in de sportwereld. Daarom omarmen we dit initiatief volledig.’ Mirjam: ‘Ook Eric van der Burg, de voorzitter van de Atletiekunie, heeft achter de schermen een enorm positieve bijdrage geleverd. Hij was acht jaar wethouder Sport van Amsterdam en is de afgelopen jaren nauw betrokken bij de Pride Amsterdam. Vorig jaar stond hij nog vol overgave op de KNRB-boot om dat initiatief te ondersteunen. En dit jaar geeft hij op vrijdagavond het startschot tijdens de Pride Run.’ ‘Een veilig sportklimaat gaat nooit over LHBTI’s’ Regenboogvlag op Papendal Een grote regenboog vlag siert al twee weken het terrein van Papendal. En ook bij diverse sportbonden hangen regenboogvlaggetjes, er wordt er zelfs regenboogcake gegeten. Mirjam: ‘Het zijn misschien kleine symbolen. Maar voorheen was er niets. Ik kwam bij zoveel sportbonden, verenigingen en gemeentes. Maar het gaat in de sportwereld nooit over LHBTI’s. Bij een veilig sportklimaat gaat het vooral over het voorkomen van seksuele intimidatie, discriminatie en pesten. Maar in dat rijtje hoort LHBTI ook thuis. En natuurlijk willen we in de sport dat iedereen zichzelf kan zijn. Maar om dat in de praktijk te realiseren is deze extra aandacht wel hard nodig. Het begint met de bewustwording dat het nog een taboe is in de sportwereld, we zijn er echt nog niet. Daarom is het zo krachtig dat de sportbonden meedoen aan de Pride. Voor de meeste bonden is het voor eerst dat ze met LHBTI aan de slag gaan. En nu zijn er al bonden die de acceptatie van LHBTI in de beleidsplannen willen opnemen. Fantastisch toch! Met de sportboot zijn we nu echt begonnen en hebben we eerste mooie stappen gezet,’ vertelt een enthousiaste Mirjam. * De zestien deelnemende bonden: KNRB, NTTB, KNGU, Handbal, Atletiekunie, KNZB, Sportvisserij, KNLTB, KNHS, KNHB, KNVB, NBB, NeVoBo, KNBSB, Watersportverbond en de Skateboard Federatie Nederland. Pride Run DGLA, de LHBT atletiekvereniging van Amsterdam, organiseert vrijdag 2 augustus
Meer van Atletiek.nl

Buienradar