Home › Stedenklassement en medailles › Uitleg Athletics Champs
 

Met de introductie van Athletics Champs (AC) wedstrijden bij de Stedenwedstrijden hebben we een aantal aanvullende rekenregels moeten vaststellen om het klassement en de medailles op een verantwoorde wijze te kunnen berekenen. Op deze pagina worden deze keuzes in het kort beschreven. Vragen voor een nadere toelichting zijn welkom via de Steden-contactpersoon van de eigen vereniging.

N.B. In 2015 organiseren een aantal verenigingen onderling AC wedstrijden en de overige verenigingen van het stedenverband organiseren Stedenwedstrijden Plus (klassieke stedenwedstrijden met enkele verbeteringen om de wedstrijden nog aantrekkelijker voor de atleten te maken). In 2014 echter werden klassieke wedstrijden en AC wedstrijden gemixt. De onderstaande uitleg is van toepassing op de situatie in 2014 voor wat betreft het gemixte klassement. De regels voor de medailles worden in 2015 nog steeds toegepast.

    In seizoen 2014 waren er bij de pupillen 2 AC wedstrijden en 2 klassieke wedstrijden (de finales niet meegerekend). De wedstrijden zijn net als in voorgaande jaren per wedstrijddag verdeeld over twee locaties. Om een eerlijke puntentelling te verkrijgen worden net als alle voorgaande jaren de uitslagen van de wedstrijden op beide locaties samengevoegd en als geheel verwerkt. De AC wedstrijden worden echter NIET tegelijkertijd gehouden, b.v. voor de clusters 1+3 in wedstrijd 1 en voor de clusters 2+4 in wedstrijd 2. Omdat de uitslagen van AC dan wel klassieke wedstrijden niet samengevoegd kunnen worden, kunnen de uitslagen alleen na wedstrijd 2 en na wedstrijd 4 bepaald worden, door de AC wedstrijden samen te nemen evenals de klassieke wedstrijden. Voor de pupillen geldt dat de als "wedstrijd 1" gelabelde resultaten op de klassementspagina de klassieke wedstrijden van wedstrijddag 1 en 2 zijn en "wedstrijd 2" betreft de AC wedstrijden van wedstrijddag 1 en 2.
  • Op een AC wedstrijden worden 6 onderdelen uitgevoerd, op een klassieke stedenwedstrijd 3 (+ estafette) of 4. Het aantal te behalen punten op een wedstrijd is afhankelijk van het aantal onderdelen op de wedstrijd. Dit betekent dat er bij AC wedstrijden in principe meer punten voor het klassement behaald kunnen worden dan op klassieke wedstrijden. Dat is niet de opzet van dit tussenjaar waarin we AC en klassieke wedstrijden combineren. Daarom worden de punten behaald op de AC en klassieke wedstrijden gewogen meegenomen door ze met een factor te vermenigvuldigen: AC wedstrijden met factor 2, klassieke wedstrijden met factor 3. Er is met opzet gekozen dat de factoren gehele getallen zijn zodat de puntenaantallen ook geheel zijn. N.b. nog iets eerlijker zou zijn om de wedstrijden met maar drie onderdelen ook gewogen mee te nemen, echter dit hebben we nooit gedaan dus de momenteel gehanteerde eenvoudige weging is het meest in lijn met voorgaande jaren.
  • Door de AC wedstrijden hebben de pupillen ineens veel meer verschillende onderdelen. Voor de bepaling van de medailles wilden we echter de "oude" rekenregels kunnen blijven hanteren, b.v. voor de A-pupillen geldt dat zij die tenminste 4 (van de 6) onderdelen op niveau goud hebben gepresteerd en de rest tenminste zilver (wellicht m.u.v. inzet van de joker) een gouden medaille verdienen, enz. Om de regel "tenminste vier van de zes" niet los te hoeven laten, zijn de nieuwe AC onderdelen geclusterd met de overeenkomstige klassieke onderdelen. Zo hebben we de volgende clusterd gekregen: horde + sprint, meters maken + mila, hurkhoog + hoog, vortex + bal, medicienbal + kogel, en tenslotte ver zonder AC-tegenhanger. De aangepaste rekenregel luidt: als binnen een onderdeelcluster tenminste 1 van de onderdelen goud is gepresteerd, dan geldt dit cluster als een gouden resultaat, enz.
  • De C-pupillen hadden t/m vorig jaar slechts 5 onderdelen (geen kogel) en dus waren de rekenregels voor deze jongste groep iets anders: 3 uit 5 goud en de rest tenminste zilver betekende een gouden medaille, enz. Met de komst van medicien hebben de C-pupillen er een zesde onderdeel(cluster) bij gekregen. We hebben er daarom voor gekozen om ook voor de C-pupillen nu de regel te hanteren dat bij 4 van de 6 onderdelen goud en de rest tenminste zilver de pupil een gouden medaille heeft verdiend, enz.
  • De limieten voor de AC onderdelen zijn vastgesteld op basis van een flink aantal AC wedstrijdresultaten en het streven dat zo'n 20% van de atleten een gouden medaille moet kunnen behalen, 30% een zilveren medaille en 40% een bronzen medaille. Uiteraard zijn dit gemiddelden.
Nijmegen Atletiek Verenigingsnummer V0018426 © 2017
Contact / Sitemap
Compatible met Firefox 18.0.2+ en Internet Explorer 9+ beste weergave in 1280x1024

Ogenblik a.u.b. ...